Omdat niemand hetzelfde is, hetzelfde meemaakt in een leven en omdat oefeningen door iedereen anders ervaren worden, is het moeilijk te zeggen welke oefeningen bij welk ‘probleem’ gewenst zijn. Hieronder worden een aantal oefeningen genoemd die regelmatig in de kunstzinnige therapie aan bod komen en die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet. Zo krijgt u een beeld van wat kunstzinnige therapie inhoudt en kan bewerkstelligen.
Hiernaast is een voorbeeld te zien van een vormtekening. Dit is een tekenwijze met één, meestal doorlopende, lijn. Het gaat hier om ritmische, evenwichtige herhaling van vormen en figuren. Je kan tijdens het vormtekenen flink bewegen en zwierig bezig zijn om er iets evenwichtigs van te maken. Maar het kan ook zijn dat je blijft steken in het heel-precies-vormen-tekenen. Het gaat eigenlijk om beiden: de vorm en de beweging. Samen vormen die het aantrekkelijke en ook het therapeutisch werkzame van deze tekenstijl die zich afspeelt tussen twee uitersten: krampachtigheid en je verliezen in de beweging.
De nat in nat techniek is een techniek waarbij er met aquarel verf op een nat (vochtig gemaakt door een spons) papier gewerkt wordt. Bij het nat in nat schilderen gaat het voornamelijk om het proces van het schilderen. Tijdens het proces van het nat in nat schilderen kunnen verschillende gevoelens worden ervaren, bijvoorbeeld de schoonheid van de kleuren, die op het natte blad helder en sterk overkomen. Ook wordt tijdens deze techniek de rust, het ritme en de regelmaat ervaren door de penseelstreek.
Dynamisch tekenen is de meest levendige en beweeglijke tekentechniek. In principe blijf je altijd met je potlood of met je krijt op het papier; het is een ononderbroken lijn. De tekenaar wordt meegevoerd met de bewegingen van de lijn. De lijnen kruisen elkaar, naderen elkaar en gaan weer uit elkaar. Op deze manier brengen ze de mens innerlijk in beweging. Je kunt tekenen met dikke lijnen en dunnere lijnen. Of met lichte en donkere lijnen. Ook kan er gevarieerd worden in het tempo. Zo kunnen vormen ontstaan in het lijnenspel.
Hierbij wordt altijd begonnen met het boetseren van een bol, wat een ontspannende bezigheid is als dit in alle rust gebeurt. Als de bol eenmaal is gevormd, kunnen er met de hand vlakken gevormd worden. Uit de ontmoeting van de vlakken met elkaar ontstaan vanzelf de ribben. Dit werk vraagt om concentratie en zorgvuldigheid. Je bent voortdurend bezig de goede verhoudingen in de vorm te zoeken, steeds jezelf corrigerend en daarmee werkend aan de verhoudingen in jezelf.